Welke gordijnen heb ik nodig bij veel licht? (en waarom)
Veel licht in huis? Fijn. Totdat je om twee uur 's middags de gordijnen dicht wil trekken omdat je je eigen scherm niet meer kunt zien. Of totdat je zomaar merkt dat je favoriete fotolijstje is uitgebleekt.
De vraag is dan niet óf je gordijnen nodig hebt, maar welke. Want lichtdoorlatend en verduisterend zijn twee heel andere dingen. En kies je verkeerd, dan merk je dat elke dag.
We leggen je graag uit wat verschillende gordijntypen doen bij veel lichtinval. Wanneer kies je voor een lichtdoorlatend gordijn? Wanneer voor een overgordijn? En wanneer is een combinatie van beide eigenlijk de slimste oplossing?

Wat veel zonlicht met je ruimte doet
Een ruimte met grote ramen of een zuidgevel voelt open en licht. Maar datzelfde zonlicht brengt ook uitdagingen mee die je pas echt merkt als je er elke dag mee te maken hebt:
- Warmte: Direct zonlicht warmt een ruimte snel op. Op zomerse middagen kan dat behoorlijk oncomfortabel worden. Zeker bij een woonkamer op het zuiden of westen.
- Schittering: Fel invallend licht creëert harde schaduwen en reflecties op schermen. Als je veel thuis werkt, is dit niet altijd even prettig werken.
- UV-straling. Zonlicht tast meubels, kunst, vloeren en stoffen aan. Ook je gordijnen zelf kunnen verkleuren als ze er dag in dag uit in de zon staan. De juiste wering helpt dit verminderen.
- Gebrek aan privacy. Grote ramen geven prachtig uitzicht, maar ook inkijk. Zeker overdag, wanneer het buiten lichter is dan binnen.
- Gordijnen lossen dit grotendeels op, maar alleen als je het juiste type kiest voor jouw situatie. Hieronder leggen we de drie hoofdtypen uit.